Skip to main content

In Muiderberg ontstond in 2020 het idee om de geplande vervanging van het riool te combineren met de aanleg van een warmtenet. Een bewoner die betrokken was bij energiecoöperatie Wattnu zag de kans, waarna de coöperatie het idee samen met de gemeente Gooise Meren en andere partners verder uitwerkte. Inmiddels is het uitgegroeid tot een concreet warmteproject. Als alles volgens planning verloopt, worden in 2028 de eerste woningen aangesloten. 

In deze aflevering van WarmteWerkt spreekt Reinout de Vries met Jort Meijer van energiecoöperatie Wattnu. Jort raakte als bewoner bij het initiatief betrokken en vervult inmiddels de rol van projectontwikkelaar en projectmanager. Hij vertelt wat nodig is om van een lokaal idee een uitvoerbaar warmteproject te maken. 

Een kans door rioolvervanging

De geplande rioolvervanging vormde de aanleiding om te onderzoeken welke warmteoplossing het beste bij Muiderberg paste. Uit verschillende onderzochte mogelijkheden kwam een aquathermiewarmtenet als meest gunstige oplossing naar voren.  

De koppeling met de rioolvervanging bood niet alleen een praktische kans, maar zorgde ook voor urgentie. In een straat waar het riool al op korte termijn vervangen moest worden, zijn de eerste buizen voor het warmtenet alvast aangelegd. Voor de overige werkzaamheden stelde de gemeente een deel van de rioolvervanging uit, zodat beide projecten gecombineerd konden worden. 

Volgens Jort hielp de planning van het riool om tempo te houden. Zonder die deadline was het project mogelijk langer in de onderzoeksfase blijven hangen. Nu moesten de betrokken partijen keuzes maken en concrete stappen zetten. 

Bewoners als motor van het project

Dat het initiatief vanuit bewoners in het dorp is ontstaan, blijkt een belangrijke kracht. Een groot deel van het oorspronkelijke team is zes jaar later nog steeds betrokken. Volgens Jort helpt deze betrokkenheid om door te gaan wanneer het project te maken krijgt met vertraging, een afgewezen subsidie of andere tegenslagen.  

Ook bij het werven van deelnemers speelt de lokale aanwezigheid van Wattnu een grote rol. In 2024 tekende 73 procent van de woningeigenaren een intentieverklaring. Om bewoners te bereiken organiseert de energiecoöperatie nu onder andere inloopmomenten en persoonlijke gesprekken. Jort benadrukt dat het daarbij niet alleen gaat om de inhoud van het aanbod, maar dat het vertrouwen van buren en andere bekenden bepalend kan zijn voor de keuze om mee te doen.  

Financiering van het project

Een lokaal warmtenet heeft al geld nodig voordat zeker is dat het daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Onderzoeken, ontwerp, bewonerscommunicatie en juridische en financiële structuren brengen kosten met zich mee. In het begin draaide het project dan ook sterk op vrijwilligerswerk, pro-bono-inzet en een lening van de gemeente. Later maakte een lening van het Ontwikkelfonds Warmte het mogelijk om mensen in te huren en het project verder te professionaliseren.  

Daarmee waren nog niet alle financiële vragen opgelost. Financiers willen voldoende zekerheid hebben over het aantal aansluitingen, terwijl bewoners zekerheid willen hebben over het warmtenet voordat zij tekenen. Daarom moeten financiering en bewonerswerving volgens Jort niet na elkaar, maar gelijktijdig worden georganiseerd. Daarmee voorkom je het kip-ei probleem. 

Samenwerking met gemeente

De gemeente Gooise Meren dacht vanaf het begin van het initiatief actief mee. Zo leende zij geld voor de eerste werkzaamheden en stelde zij een deel van de geplande rioolvervanging uit om de aanleg te kunnen combineren. De samenwerking begon informeel, maar is in de loop van de jaren veranderd in een professioneel partnerschap.  

Dat vroeg ook om wederzijds begrip. Zo kreeg energiecoöperatie Wattnu te maken met bestuurlijke besluitvorming, terwijl de gemeente op haar beurt moest ervaren dat een bewonersinitiatief ook als professionele projectpartner kan optreden. Om deze continuïteit te bewaken zijn heldere afspraken en een goede overdracht essentieel.  

Advies voor andere energiecoöperaties

Voor gemeenten die met een vergelijkbaar initiatief aan de slag gaan noemt Jort drie voorwaarden: één aanspreekpunt met mandaat, bestuurlijke rugdekking en de bereidheid om afspraken vast te leggen voordat het spannend wordt. Zelf zou Wattnu met de kennis van nu eerder zijn gaan professionaliseren, intenties sneller hebben omgezet in concretere afspraken en vanaf het begin duidelijker hebben gemaakt hoeveel tijd en geld de ontwikkeling van een warmtenet kost.  

De ervaringen in Muiderberg laten zien hoe een lokaal initiatief kan uitgroeien tot een professioneel partnerschap met de gemeenten bij de ontwikkeling van een warmtenet. Het laat ook zien welke financiële en organisatorische vragen daarbij komen kijken. Hoe krijg je voldoende bewoners mee met een lokaal warmtenet? Hoe doorbreek je het kip-ei probleem tussen financiering en aansluiting? En wat vraagt gelijkwaardige samenwerking tussen gemeente en energiecoöperatie? 

Benieuwd naar de antwoorden en de ervaringen van Jort Meijer? Luister de volledige aflevering van WarmteWerkt via Spotify of bekijk de podcast op YouTube.