Skip to main content

Beleid en programmering

De warmtetransitie gaat een nieuwe fase in. Veel gemeenten in Noord-Holland hebben inmiddels een warmteprogramma vastgesteld of werken daar naartoe. De volgende stap is de uitvoering in wijken, buurten en dorpen. Dat vraagt om andere kennis, samenwerking en ondersteuning dan in de voorbereidingsfase. 

Het Servicepunt Duurzame Energie werkt met drie aanpakken voor de uitvoering, die aansluiten op de verschillende schaalniveaus van warmtesystemen: 

  1. Grootschalige MT-warmtenetten
  2. Kleine (< 1.500 aansluitingen) warmtenetten
  3. All-electric/ bronnetten

Welke aanpak past, verschilt per gebied. De keuze hangt onder andere af van de bebouwing, beschikbare warmtebronnen, netcapaciteit, betaalbaarheid, ruimtelijke inpassing, uitvoeringskracht en de mogelijkheden van bewoners en gebouweigenaren.  

Het SPDE ondersteunt gemeenten in Noord-Holland bij het maken van die keuzes en bij de stap van plan naar uitvoering. Dat doen we via onze themadagen, kennisproducten, data (Warmtedashboard), praktijkvoorbeelden en ondersteuning vanuit de regioregisseurs en het expertteam. Binnen de actielijnen brengt het SPDE gemeenten samen in Communities of Practice (CoP) om kennis en ervaringen te delen en lessen breder beschikbaar te maken voor alle gemeenten in Noord-Holland.  

De keuze voor een voorkeurswarmtesysteem 

Tussen het vastgestelde warmteprogramma en de uitvoering langs een van deze aanpakken ligt een bepalende stap: de keuze voor een voorkeurswarmtesysteem per gebied. Die keuze hoort thuis in de fase van beleidsvoorbereiding en programmering. Een keuze die het SPDE ziet als een stap verder gaat dan het warmteprogramma en een keuze die het fundament vormt onder de uitvoering. Een goed onderbouwde keuze vergroot de kans van slagen en voorkomt verspilling van schaarse capaciteit en middelen, zodat we met elkaar waarachtige stappen kunnen zetten in de warmtetransitie in Noord-Holland. 

Het SPDE helpt gemeenten die afweging te maken aan de hand van drie vragen.  

  1. Wat kan er? Dat gaat om de feitelijke mogelijkheden: de warmtevraag, de beschikbare bronnen, de infrastructuur en de kaders van het warmteprogramma. 
  2. Wat willen we? Hier draait het om de maatschappelijke context: de sociale structuur, het type gebouwen en de doelgroepen die prioriteit krijgen. 
  3. Hoe organiseren we dat? Dat vraagt om keuzes in publieke waarden en financiële kaders en om het betrekken van bewoners en gebouweigenaren, zodat de uitvoering niet alleen technisch haalbaar is, maar ook bestuurlijk en sociaal gedragen. 

Laatste nieuws