Skip to main content

All-electric en bronnetten

In veel wijken zal elektrificatie een belangrijke route zijn naar aardgasvrij verwarmen. Naar verwachting wordt meer dan de helft van de woningen in Noord-Holland richting 2050 verduurzaamd met een all-electric oplossing, individueel of klein-collectief. Denk aan individuele warmtepompen, hybride tussenstappen, collectieve oplossingen op gebouwniveau of kleine clusters waarin elektriciteit de belangrijkste energiedrager is.

Gemeenten hebben doelen afgesproken voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving, maar staan samen met de netbeheerder voor de uitdaging van netcongestie. All-electric vraagt daarom om goede afwegingen tussen technische mogelijkheden, tempo, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. De bestaande SPDE-tekst benoemt al dat goede afstemming met de netbeheerder belangrijk is, bijvoorbeeld over beschikbare netcapaciteit.

In 2026 richt het SPDE zich binnen deze actielijn op drie samenhangende vragen. Wat is technisch mogelijk binnen de huidige en toekomstige randvoorwaarden van het elektriciteitsnet, in afstemming met de netbeheerders? Welke ondersteuning hebben bewoners nodig om de overstap te maken? En hoe kan de uitvoering zo worden georganiseerd dat gemeenten en betrokken partijen effectief samenwerken?

Om deze vragen vanuit de praktijk te beantwoorden, werkt de actielijn All-electric in 2026 met een Community of Practice met een koplopergemeente per regio. Binnen deze community wordt gewerkt aan concrete praktijkcasussen. In vier inhoudelijke werksessies leren gemeenten van elkaar, delen zij ervaringen en werken zij aan uitvoerbare keuzes. Het SPDE faciliteert dit proces, verbindt betrokken partijen en gebruikt de inzichten om structurele knelpunten tijdig te signaleren richting provincie en Rijk.

Techniek en ontwerp

Bij all-electric draait de technische afweging om woningkwaliteit, warmtepomptechniek en de netcapaciteit. Een woning moet geschikt zijn of geschikt worden gemaakt voor lage temperatuurverwarming. Dat vraagt vaak om isolatie, kierdichting, goede ventilatie en soms aanpassing van radiatoren of vloerverwarming.

De technische vraag is niet alleen of een woning all-electric kan worden, maar ook wanneer en onder welke voorwaarden. In wijken met beperkte netcapaciteit kan het nodig zijn om te faseren, eerst te isoleren, hybride tussenstappen te benutten of slimme sturing toe te passen. Ook moet worden gekeken naar de samenhang met elektrisch laden, zonnepanelen, woningbouw en maatschappelijk vastgoed.

Binnen de Community of Practice werken gemeenten aan concrete casussen: welke woningen zijn geschikt, welke maatregelen zijn nodig, hoe organiseer je financiering, welke rol speelt de netbeheerder en hoe vertaal je technische randvoorwaarden naar een uitvoerbare wijkaanpak?

Governance (en juridica)

All-electric lijkt vaak een individuele route, omdat de maatregelen achter de voordeur plaatsvinden. Toch is gemeentelijke regie nodig. De gemeente bepaalt via het warmteprogramma waar all-electric kansrijk is, welke buurten prioriteit krijgen en welke ondersteuning bewoners kunnen verwachten.

De governancevraag is hier anders dan bij een warmtenet. Er is meestal geen warmtebedrijf dat het systeem ontwikkelt en beheert. In plaats daarvan moeten gemeenten samenwerken met netbeheerders, energieloketten, installateurs, woningcorporaties, VvE’s, bewonersinitiatieven en marktpartijen. De vraag is hoe de gemeente richting geeft zonder alles zelf uit te voeren.

Binnen deze actielijn wordt gewerkt aan de organisatie van uitvoering. Welke rol neemt de gemeente? Hoe worden afspraken gemaakt met partners? Welke rol heeft het energieloket? Hoe borg je kwaliteit bij marktpartijen? En hoe voorkom je dat bewoners verdwalen in losse adviezen, subsidies en aanbieders?

Financieel en economisch

Voor bewoners kan all-electric een grote investering betekenen. Naast de warmtepomp gaat het vaak om isolatie, ventilatie, elektrisch koken, aanpassing van het afgiftesysteem en soms verzwaring van de aansluiting. De kosten en baten verschillen sterk per woningtype, huishouden en moment van uitvoering.

Betaalbaarheid en ondersteuning zijn daarom centrale thema’s. Bewoners hebben behoefte aan duidelijkheid over kosten, subsidies, financiering, terugverdientijd, comfort en praktische uitvoering. Voor sommige bewoners is informatie voldoende; anderen hebben ontzorging, begeleiding of extra financiële ondersteuning nodig. Voor gemeenten is de opgave om all-electric niet alleen technisch, maar ook sociaal en financieel uitvoerbaar te maken.

Ruimtelijke ordening (en energieplanologie)

All-electric heeft directe gevolgen voor het elektriciteitsnet en de openbare ruimte. Warmtepompen, elektrisch laden, zonnepanelen, thuisbatterijen, transformatorhuisjes en kabelverzwaring vragen om afstemming. Netcongestie maakt deze afweging urgent.

Een bronnet vraagt relatief beperkt ruimte in de ondergrond. Het systeem bestaat uit een aanvoer- en retourleiding, die vaak ongeïsoleerd zijn en daardoor minder ruimte innemen. Omdat meestal kunststofleidingen worden gebruikt, zijn geen expansielussen nodig en gelden er geen afstandseisen ten opzichte van drinkwaterleidingen.

Energieplanologie helpt gemeenten om warmtekeuzes te verbinden aan netcapaciteit, ruimtelijke ontwikkeling en uitvoeringsplanning. Waar is all-electric op korte termijn mogelijk? Waar is eerst netverzwaring nodig? Waar kan fasering helpen? En waar is een collectieve warmteoplossing slimmer omdat die minder druk legt op het elektriciteitsnet?

Participatie en communicatie

Bij all-electric ligt de uitvoering dicht bij bewoners. Zij moeten vaak zelf keuzes maken, offertes beoordelen, maatregelen plannen en investeringen doen. De participatieopgave draait daarom minder om gezamenlijke besluitvorming over één collectief systeem en meer om activering, ondersteuning en het verlagen van drempels.

Communicatie moet concreet en toepasbaar zijn: wat betekent deze route voor mijn woning, welke stap kan ik nu zetten, welke ondersteuning is beschikbaar en wat kan later? Laagdrempelige vormen werken vaak beter dan alleen algemene bewonersavonden. Denk aan energiecoaches, wijkspreekuren, modelwoningen, keukentafelgesprekken, collectieve inkoopacties en samenwerking met lokale initiatieven.

Laatste nieuws