Een wijk aardgasvrij maken, duurzame elektriciteit opwekken en ruimte vinden op het stroomnet: gemeenten moeten keuzes maken die elkaar direct beïnvloeden. Vanaf 1 januari 2027 gaan drie landelijke programma’s samen verder als het Landelijk Ondersteuningsprogramma Energietransitie (LOE). Wat kunnen gemeenten daarvan verwachten?
Wat is LOE?
In LOE gaan drie bestaande programma’s samenwerken: het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW), het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NP RES) en het Samenwerkingsprogramma Integraal Programmeren van het Energiesysteem (SP IPE). Daarmee komt kennis over warmte, duurzame opwek en energie-infrastructuur binnen één programma bij elkaar.
Vanaf 1 januari 2027 werken de programma’s alsof zij één organisatie vormen. De formele inrichting volgt in 2028. Maureen van Eijk gaat het programma leiden als directeur/kwartiermaker. De bestaande inhoudelijke ondersteuning blijft beschikbaar, bijvoorbeeld over isolatie, warmtenetten, duurzame opwek en bewonersbetrokkenheid.
Bekijk hieronder de uitlegvideo over LOE.
Waarom deze gezamenlijke aanpak?
De energietransitie wordt steeds zichtbaarder in wijken en regio’s. Daar komen warmtebronnen, elektriciteitsopwekking en energiegebruik bij elkaar. Besluiten daarover worden vaak nog afzonderlijk genomen, door verschillende afdelingen en overheden. Daardoor blijven afhankelijkheden soms buiten beeld. Denk aan twee gemeenten die dezelfde warmtebron in hun plannen opnemen, zonder dat van elkaar te weten.
LOE ondersteunt overheden en netbeheerders bij het gezamenlijk maken van zulke keuzes. Ook ruimtelijke plannen horen daarbij. Door bijvoorbeeld woningbouw in de buurt van een geschikte warmtebron te plannen, kan minder infrastructuur nodig zijn. Het doel is een betaalbare en betrouwbare energievoorziening, met duidelijkheid over wat waar mogelijk is.
Energiebeelden: samen vooruitkijken
De aanpak begint met een energiebeeld. Dat laat in cijfers en op kaart zien hoe de toekomstige energievraag zich verhoudt tot het duurzame aanbod en de benodigde infrastructuur. Daarbij wordt vooruitgekeken naar 2040 en 2050, met aandacht voor plannen voor wonen, werken en vervoer.
Gemeenten en provincies stellen deze beelden op, met betrokkenheid van onder meer netbeheerders en waterschappen. Een gezamenlijke methodiek maakt de uitkomsten vergelijkbaar en optelbaar. Lokale kennis blijft nodig om het beeld aan te vullen.
Daarna volgt de gebiedsuitwerking: welke keuzes zijn nodig om vraag en aanbod op elkaar aan te laten sluiten, en hoeveel ruimte vragen die? Vervolgens maken partijen energieafspraken over wie wat doet en onder welke voorwaarden. De uitvoering en voortgang worden gevolgd. Bestaande warmteprogramma’s, energievisies en andere plannen vormen hiervoor input.
LOE ondersteunt bij deze stappen met handreikingen en formats en helpt partijen kennis en ervaringen uit te wisselen. De inhoudelijke keuzes blijven bij bestuurders en volksvertegenwoordigers. Knelpunten die in de praktijk naar voren komen, brengt LOE waar nodig onder de aandacht van het Rijk.
Wat betekent dit voor gemeenten in Noord-Holland?
In Noord-Holland beïnvloedt netcongestie de planning van woningbouw en verduurzaming. Ook bij de warmteaanpak is de beschikbare netcapaciteit een bepalende factor. De werkwijze van LOE biedt gemeenten een manier om hun warmteplannen samen met de provincie en netbeheerders te toetsen aan andere ontwikkelingen in het gebied.
Voor een gemeente kan dat bijvoorbeeld betekenen: eerder bespreken wat een all-electric aanpak vraagt van het elektriciteitsnet, of welke warmtebronnen ook voor buurgemeenten interessant zijn. Zo worden afhankelijkheden zichtbaar voordat afzonderlijke plannen verder worden uitgewerkt.
Volgens de landelijke planning stellen de gemeenten en provincies buiten de vier pilotgebieden in 2027 hun energiebeelden op. Dat geldt dus ook voor Noord-Holland. In 2028 volgen gebiedsuitwerkingen en concept-energieafspraken. LOE voorziet bestuurlijke vaststelling van de afspraken in 2029.
Gemeenten kunnen zich nu al voorbereiden door met regionale partners te bespreken welke plannen en gegevens beschikbaar zijn en wie nodig zijn om een gezamenlijk energiebeeld op te stellen. Accounthouders en regiocoördinatoren kunnen daarbij adviseren.
Maureen van Eijk op de SPDE-themadag
Wat betekent deze werkwijze straks concreet voor jouw gemeente? Op donderdag 29 oktober verzorgt Maureen van Eijk de plenaire afsluiting van onze themadag De warmtetransitie in samenhang.
Zij bespreekt dan onder andere wat we verstaan onder de decentrale energietransitie en waar het in de praktijk vastloopt. Ook gaat ze in op de energiebeelden: wat laten die zien en hoe helpen ze gemeenten en provincies verder?
Toolkit: verhaal over het LOE
Via het NPLW is een toolkit beschikbaar met het achtergrondverhaal, een korte uitlegvideo, het plan van aanpak en een presentatie over het LOE. Deze materialen kan je gebruiken om het gesprek te voeren over de aanpak in jouw gebied.
- Narratief: het achtergrondverhaal over LOE i.o. en de aanpak
- Explainervideo: link naar de video in dit artikel
- Plan van aanpak: voor de versnelling van de energietransitie
- Presentatie: met toelichting over de werkwijze
